Soms hoor je mensen zeggen “ik probeer gewoon los te laten en niet meer aan het verleden te denken.” Of: “ik geloof dat alles om een reden gebeurt, dus ik accepteer het.” Of misschien heeft iemand dit wel eens tegen je gezegd: “welke les mag jij hieruit leren?” Woorden die op het eerste gehoor wijs klinken, maar ook op iets anders kunnen wijzen.
Dat is het moment waarop ik denk aan spiritual bypassing.
Wat is spiritual bypassing?
De term werd in de jaren tachtig bedacht door de Amerikaanse psycholoog en boeddhistische meditatieleraar John Welwood. Hij omschreef het als het gebruik van spirituele ideeën en praktijken om onverwerkte psychologische wonden, onafgemaakte ontwikkelingstaken en onopgeloste emotionele problemen te omzeilen.
Concreet gezegd: spiritualiteit wordt ingezet als vluchtroute, in plaats van als weg naar dieper contact met jezelf.
Dat klinkt misschien hard. Want de meeste mensen die dit doen, doen het niet bewust. Ze zijn oprecht op zoek naar vrede, naar zingeving, naar een manier om met pijn om te gaan. En spirituele kaders, of dat nu yoga, meditatie of iets anders is, bieden daar taal en structuur voor. Dat is waardevol. Maar het kan ook, onbedoeld, een manier worden om langs de pijn heen te glippen in plaats van erdoorheen te gaan.
Hoe herken je het?
Spiritual bypassing heeft veel gezichten. Een paar veelvoorkomende patronen:
Loslaten als dwang. “Loslaten” is een mooie uitnodiging, maar het kan ook worden gebruikt om te rechtvaardigen waarom je iets niet hoeft te voelen of te verwerken. ‘Laat het maar los’, klinkt zo makkelijk maar wat als dat nog niet lukt en dat je je dan nog slechter voelt omdat je kennelijk niet in staat bent om het los te laten? Loslaten betekent ook niet dat het gebeurde ineens verdwenen is, maar vooral dat het je niet meer zo stevig in de houdgreep heeft. En bovendien: je kunt niet iets loslaten wat je niet eerst hebt durven vasthouden.
Positiviteit als coping. Het idee dat je altijd in het licht moet blijven, omdat ‘negatieve’ emoties iets zijn wat je doet trillen op een lage frequentie, of dat verdriet en woede emoties zijn om snel te transformeren: dit kan ertoe leiden dat mensen hun moeilijke gevoelens wegduwen of beschaamd raken wanneer die gevoelens er toch zijn. Veel vrouwen ervaren zelfs klachten omdat ze jarenlang boosheid hebben weggestopt, omdat boosheid bij meisjes niet geaccepteerd wordt.
Vergeving als verplichting. Vergeving kan een diepgaand en bevrijdend proces zijn. Maar wanneer het wordt gepresenteerd als iets wat je moet doen om spiritueel te groeien, kan het mensen dwingen tot een houding waarvoor ze innerlijk nog niet klaar zijn, en dat kan opnieuw beschadigend zijn.
Alles accepteren als vermijding. Acceptatie en berusting zijn twee heel verschillende dingen. Echte acceptatie begint met zien wat er is. Berusting slaat het zien over en gaat direct naar “het is zoals het is”, wat traumatische ervaringen, grensoverschrijdingen of onrecht kan minimaliseren.
Wat dit doet bij mensen met trauma
Mensen die trauma hebben meegemaakt, zijn vaak al meesters in overleven. Ze hebben strategieën ontwikkeld om pijn draagbaar te maken. Dat is geen zwakte, dat was op dat moment noodzakelijk.
Maar wanneer een traumatische ervaring nooit echt verwerkt is, blijft het spoor ervan leven in het lichaam en het zenuwstelsel. Niet als een herinnering die je kunt ophalen en wegstoppen, maar als iets wat actief aanwezig is: in spanningspatronen, in reacties, in het gevoel van veiligheid of onveiligheid.
Spiritual bypassing kan dan op twee manieren schaden.
Ten eerste: het geeft mensen een nieuw, gecultiveerder excuus om weg te blijven van wat er in hun lichaam leeft. In plaats van “ik wil er niet aan denken” wordt het “ik probeer in het hier en nu te zijn”. Het resultaat is hetzelfde, maar het voelt spiritueel verantwoord.
Ten tweede: het kan schuld en schaamte verdiepen. Als iemand die al worstelt met trauma hoort dat ze los moeten laten, meer dankbaarheid moeten voelen of hun gedachten moeten transformeren, en dat lukt niet, dan is de conclusie al snel dat er iets mis met hen is. Dat ze niet goed genoeg beoefenen. Dat ze tekortschieten. En precies die gedachte, dat ik niet goed genoeg ben, is bij veel mensen met trauma al zo’n pijnlijke kern.
Wat kunnen wij als yogadocenten doen?
Dit is geen pleidooi tegen spiritualiteit. Integendeel. Ik geloof in de helende kracht van yoga, van meditatie, van aandacht en aanwezigheid. Geloof en spiritualiteit kan voor velen houvast geven in het leven. Maar ik geloof ook dat echte heling niet om de pijn heen gaat. Ze gaat erdoorheen, op een veilige manier, in het juiste tempo, met de juiste ondersteuning.
Als docenten kunnen we bewust zijn van de taal die we gebruiken. Nodig mensen uit in plaats van te sturen. Maak ruimte voor moeilijke gevoelens in plaats van ze te willen transformeren. Wees terughoudend met uitspraken als “laat alles los” of “geef het over aan het universum”, niet omdat die woorden niet waar zijn, maar omdat ze voor sommige mensen een nieuwe laag van vermijding kunnen worden.
Zorg er ook voor dat je weet waar je grenzen liggen als docent. Traumaverwerking is het werk van een therapeut of psycholoog. Wij kunnen een veilige ruimte bieden, een uitnodiging naar het lichaam, een moment van rust. Dat is waardevol. Maar het is iets anders dan therapie, en die grens verdient respect.
Misschien is de mooiste bijdrage die we kunnen doen dit: laten zien dat aanwezig zijn bij ongemak ook een spirituele daad is en laten zien dat je het niet alleen hoeft te doen. Dat stilzitten met wat er is, ook als dat zwaar is, ook een vorm van moed is.
Dat heling er niet altijd uitziet als licht en vrede, maar soms ook als de bereidheid om het donker er te laten zijn.
Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel, of wil je meer weten over traumasensitieve yoga? Neem gerust contact op.

